European Agency logo - yellow half circle with small squares cut out
Netherlands National pages: | back to National Overview |

WETGEVING

De eerste onderwijswet was de Lager Onderwijs Wet van 1801, maar pas met de zogenaamde derde schoolwet van 1806 werd een significante bijdrage aan de verbetering van het onderwijs gegeven. Die wet schreef maatregelen gericht op het opleidingsniveau van leerkrachten, het curriculum en de schoolinspectie voor. In die tijd werden openbare scholen gefinancierd door de overheid en moesten privé scholen uit andere bronnen gefinancierd worden.

De politieke partijen op religieuze grondslag benadrukten de vrijheid van onderwijs en gelijke bekostiging. Dat leidde tot de Lager Onderwijs Wetten van 1889 en 1917 waarin gelijke bekostiging voor openbaar en bijzonder onderwijs geregeld werd. Na 1920 is dat ook van kracht geworden voor voortgezet en hoger onderwijs. Op dit moment zijn er meer bijzondere dan openbare scholen.

In 1900 werd de leerplicht gesteld op 5 jaar: leerlingen tussen 7 en 12 jaar oud werden geacht naar school te gaan. In 1955 werd de Wet op het Kleuteronderwijs aangenomen, maar kleuters werden niet leerplichtig. De wet op het Basisonderwijs van 1985 integreerde kleuter en lager onderwijs tot één basisschool en maakte onderwijs verplicht vanaf vijf jaar.

De erkenning van de speciale onderwijsbehoeften van zintuiglijk gehandicapten vormt de start van het speciaal onderwijs in Nederland. Rond 1800 werden de eerste scholen voor doven en blinden gesticht. Deze scholen waren in de 19e eeuw bedoeld voor een brede range van auditieve, respectievelijk visuele handicaps. Pas in het begin van deze eeuw werden meer gespecialiseerde scholen voor doven, slechthorenden, blinden en slechtzienden onderscheiden. In de jaren dertig werden ook voor langdurig zieken en voor lichamelijk gehandicapten aparte voorzieningen geschapen.

Het speciaal onderwijs is echter niet lang beperkt gebleven tot onderwijs voor kinderen met een medische handicap. De aanvaarding van de leerplichtwet in 1901 was de eerste wettelijke maatregel die scholen dwong na te denken over de kinderen die 'niet konden leren'. Geleidelijk wer¬den scholen voor zogenaamde 'achterlijke' kinderen opgericht. Bij de wettelijke erkenning van het buitengewoon onderwijs in 1920 waren er in totaal 30 van deze scholen. In dezelfde periode werden de eerste 'scholen voor psychopaten' opgericht voor de kinderen waarvan het gedrag handhaving in het gewoon lager onderwijs moeilijk maakte.

In 1949 werden de wettelijke mogelijkheden om speciale scholen te stichten voor speciale doelgroepen aanzienlijk vergroot. In de decennia daarna werden de scholen voor LOM, MLK en ZMOK opgericht.

Speciaal onderwijs werd oorspronkelijk geregeld middels de Wet op het Lager Onderwijs van 1920. In 1967 werd de Wet op het Speciaal Onderwijs aangenomen. Die werd vervolgens in 1985 weer vervangen door de Interim wet op het Speciaal Onderwijs en het Voortgezet Speciaal Onderwijs (ISOVSO).

Vanaf 1998 werden nieuwe wetten voor het Primair Onderwijs (WPO), het Voortgezet Onderwijs (WVO) en het Speciaal Onderwijs (WEC: Wet op de Expertise Centra) van kracht. Verdere aanpassingen volgden eind 2002. Het effect van deze wetgeving is dat de vroegere scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs voor kinderen met leer- en opvoedingsproblemen en moeilijk lerende kinderen nu onderdeel van het regulier onderwijs zijn, dat de speciale scholen omgevormd worden tot Expertise Centra en dat een nieuw vraaggestuurd financieringsmodel ingevoerd zal worden.
 

National Overview information from other countries

Austria
Belgium Flemish
Belgium French
Cyprus
Czech Republic
Denmark
Estonia
Finland
France
Germany
Greece
Hungary
Iceland
Ireland
Italy
Latvia
Lithuania
Luxembourg
Netherlands
Norway
Portugal
Poland
Spain
Sweden
Switzerland
United Kingdom
top  
  page last updated on: 15 July 2005