European Agency logo - yellow half circle with small squares cut out
Netherlands National pages: | back to National Overview |

LEERLINGEN MET BEPERKINGEN IN HET ONDERWIJSSYSTEEM

In Nederland bestaat een leerplicht voor alle kinderen van 5 tot 16 jaar. Vanaf het 16de jaar geldt nog een parttime leerplicht voor twee jaar. In het algemeen komen kinderen na hun vierde verjaardag op de basisschool en blijven daar totdat ze 11 of 12 jaar oud zijn. In de lagere groepen wordt ongeveer 800 uur onderwijs in een jaar gegeven, in de hogere groepen loopt dat op tot 1,000 uur onderwijs in een jaar. Een week bestaat uit vijf schooldagen.

Het onderwijssysteem in Nederland kenmerkt zich door een homogene groepering van leerlingen. Kinderen die om een of andere reden achter blijven, kunnen blijven zitten. In dit jaargroep systeem krijgen kinderen een bepaalde hoeveelheid leerstof in een jaar aangeboden. Kinderen (en hun ouders) krijgen in het algemeen twee tot drie keer per jaar een rapport met betrekking tot de voortgang.

Aan het einde van de basisschoolperiode wordt in de meeste scholen de CITO toets afgenomen. De uitslag op de CITO toets is belangrijk in de beslissing over het type voortgezet onderwijs. Na een betrekkelijk korte periode (één of twee jarige brugklas) in het voortgezet onderwijs vallen definitieve beslissingen over de verschillende typen voortgezet onderwijs. Er zijn verschillende typen voortgezet onderwijs in Nederland:
- voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (VWO; 6 jaar, leeftijd 12-18);
- hoger algemeen vormend onderwijs (HAVO; 5 jaar; leeftijd 12-17);
- middelbaar algemeen vormend onderwijs (MAVO; 4 jaar, leeftijd 12-16);
- voorbereidend beroepsonderwijs (VBO; 4 jaar, leeftijd 12-16), met een individuele variant (IVBO);
- speciaal onderwijs voor leerlingen met leerproblemen en lichte verstandelijke beperkingen (VSO-LOM ; VSO-MLK).

In alle vormen van voortgezet onderwijs wordt aandacht besteed aan de overgang naar verdere onderwijsmogelijkheden of naar de arbeidsmarkt.
Voor meer gedetailleerde informatie over de organisatie van het regulier onderwijs in Nederland verwijzen we u graag naar de informatie van Eurydice:
http://www.eurydice.org/Eurybase/Files/NLVO/tcNLVO.htm

Speciaal onderwijs in Nederland is grotendeels georganiseerd als een separaat van het regulier onderwijs opererend onderwijssysteem. Op dit moment (2002/2003) bestaat het speciaal onderwijs in Nederland nog uit tien typen speciale scholen, waaronder: scholen voor dove en slechthorende kinderen, voor kinderen met visuele beperkingen, voor kinderen met motorische beperkingen, voor kinderen met verstandelijke beperkingen en voor kinderen met ernstige gedragsproblemen. De tien typen scholen worden gereorganiseerd in vier typen Expertise centra (zie ook: ontwikkeling van integratie/inclusie).

Voor leerlingen die overstappen van speciaal naar regulier onderwijs geldt de regeling ‘ambulante begeleiding’. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld leerlingen met zintuiglijke, motorische en meervoudige beperkingen, die wel toelaatbaar zijn tot een vorm van speciaal onderwijs maar daar nooit geplaatst zijn (preventieve ambulante begeleiding). Steeds meer leerlingen met beperkingen maken gebruik van de faciliteiten. Bijna .003 procent van alle leerlingen worden ambulant begeleid in basis- en voortgezet onderwijs.

Haaks op het vigerende beleid om leerlingen met beperkingen naar scholen voor speciaal onderwijs te verwijzen, staat het groeiende aantal leerlingen met Downs syndroom dat onderwijs in reguliere basisscholen volgt. In de afgelopen tien jaar is aantal leerlingen met Downs syndroom in het basisonderwijs gegroeid van enkelen tot een kwart van de betreffende leeftijdsgroep. In het regulier voortgezet onderwijs is de integratie van deze leerlingen nog in de startfase. De Nederlandse overheid heeft deze ontwikkeling gevolgd door de bestaande regels zo aan te passen dat extra ondersteuning voor deze groep in het basisonderwijs mogelijk werd.

Speciaal onderwijs is grotendeels gericht op dezelfde leeftijdsgroep als het basisonderwijs. De leeftijd waarop kinderen toegelaten kunnen worden varieert: op sommige schooltypen kan dat vanaf het derde leeftijdsjaar, bij andere pas vanaf zes jaar. Het voortgezet speciaal onderwijs is in principe bedoeld voor leerlingen in een leeftijdsrange van 12 tot maximaal 20 jaar oud. In zeldzame gevallen kan van deze bovengrens worden afgeweken.

In de afgelopen decennia is het aantal leerlingen in scholen voor speciaal onderwijs gestaag gegroeid. Het deelname percentage in het speciaal (voortgezet) onderwijs varieert met leeftijd en met schooltype/aard van de beperkingen. Over het geheel genomen neemt 1.8% van alle leerlingen deel aan een vorm van speciaal (voortgezet) onderwijs in 2002/2003.

National Overview information from other countries

Austria
Belgium Flemish
Belgium French
Cyprus
Czech Republic
Denmark
Estonia
Finland
France
Germany
Greece
Hungary
Iceland
Ireland
Italy
Latvia
Lithuania
Luxembourg
Netherlands
Norway
Portugal
Poland
Spain
Sweden
Switzerland
United Kingdom
top  
  page last updated on: 15 July 2005